Een historische Vlaming, slachtoffer van de ‘Spaanse Dame’
Ze is weer in het land. Wie ze is, dat is altijd de vraag tegenwoordig. De nieuwe uit West- Bengalen, Nipah? Of gewoon COVID? Herinnert u zich de Mexicaanse nog, uit 2009-2010? H1N1, niet te verwarren met H5N1, want dat was bij kippen, niet? Meer dan een eeuw geleden werd het influenzavirus Pfeiffers bacil gedoopt maar kreeg in de volksmond de bijnaam van bliksemkou, Blitzkatarrh, de Vlaamse ziekte, de Spaanse Dame. What’s in a name? Tussen geboorte- en overlijdensakte zijn het niet de schrijffouten die de herinnering aan een mens bezoedelen, het is onze onverschilligheid. Honderd jaar na de ‘Groote Oorlog’ heb ik in Denemarken een dozijn vergeten graven van vooral Vlaamse slachtoffers beschreven; met ‘dank’ aan de griep recidiveer ik hier.
Neem nu Fons Volckeryck, 107 jaar geleden gestorven, op 15 januari 1919. Ik ben hem voor ’t eerst tegengekomen op het Assistens Kierkegaard, mijn favoriete plek in Kopenhagen, weliswaar na de kerkhoven van Holmens, Garnisons, Vestre en het oude joodse. Toeristen komen er voor Hans Christian Anderson maar ik heb er maandenlang gezocht naar Regine Olsen, de verloofde die Søren Kierkegaard liet staan om te schrijven; mijn sprookje eindigde toen ik ze op de grafsteen van haar echtgenoot vond, op een steenworp van de filosoof.
Tijdens één van die zoektochten botste ik, tussen éénentwintig Franse soldaten en een tweede Belg, Jules Beugnies, op Fons. Op de stele van Fons ontbreekt in de familienaam de eerste van twee ‘c’s. Over de ‘ph’ in Alphonse ben ik niet gevallen, zo staat dat ook op zijn geboorteakte uit Lokeren.
Daar vochten de Volckerycks voor hun bestaan in Roosen aan de Durme waar cholera, tyfus en tuberculose rond het erf slopen. Toen zijn moeder Marie-Louise hem op 20 juni 1893 kreeg, had ze al vier kinderen aan de grond teruggegeven. Fons was twee toen zijn vader overleed. Marie-Louise vond troost bij Charles Louis, een neef die als knecht op de boerderij werkte. Precies negen maanden later werd hun dochter Maria Joanna geboren. Op zoek naar familie heb ik haar kleindochter Marcella ontmoet en samen zijn we een beetje dichter bij Fons geraakt.
Ingelijfd, gekwetst, krijgsgevangen
Bij zijn inlijving in het leger moest Fons twee keer tekenen, maar geëmotioneerd of geïntimideerd verhaspelde de rekruut zijn tweede handtekening: de laatste letters van Alfo‘ns’ zijn samengesmolten tot een ronde ’s’; in de familienaam is weer een ‘c’ in zijn pen blijven zitten en werd ‘er’ één.
Zo werd ‘Alfos Volckryk’, op 18 augustus 1913, soldaat tweede klasse in het 9de Linie Regiment. In zijn stamboekje lezen we nog dat hij op 15 september 1914 gekwetst werd en voor verzorging naar Engeland overgebracht, en dat hij in oktober 1915 in Diksmuide krijgsgevangen werd genomen.
Onder de namenlijst: ‘Volckerick, Volckerich, Volckeryck, Volkerick, Volkeryck, Volkryck’ van het Internationale Comité van het Rode Kruis, vind ik een vervoersdocument terug waarop staat dat hij, met zijn helemaal correcte naam, diezelfde maand nog naar het krijgsgevangenkamp van Giessen is overgebracht.
Later vond Marcella in het ‘foto-archief’ van haar overleden moeder een kaartje geadresseerd aan ‘Kriegsgefangener Alfons Volckeryck Nordstrand bei Husum, Güstrow in Mecklenburg’. Fons moet al gauw zijn overgebracht naar een kamp in Güstrow, bij Rostock, en was wellicht tewerkgesteld bij boeren in de buurt van Husum op Nordstrand. Misschien deed dat waddeneiland in de Noordzee hem wel terugdenken aan de Meersen van de Durme; dat hij er correspondentie ontving is een schrale troost.
Dood spoor
In Güstrow en op Nordstrand heb ik hem tevergeefs gezocht; zijn spoor was al lang dood. Zoals hij in Kopenhagen. Daar was hij, samen met vele duizenden gevangenen, na de Wapenstilstand op weg naar huis via de Baltische Zee, nog net geraakt. Al door de Spaanse Dame besmet?
In zijn stamboek staat: 19.1.19 H. de garnison de Copenhague & 25.1.19 à Katolsk (FD). Katolsk verwijst naar zijn eerste begrafenis op het katholieke kerkhof bij Vestre, en H. de garnison naar het militair hospitaal van Kopenhagen. Tijdens kijkdagen voor de dertig luxeappartementen die er tijdens mijn verblijf in Kopenhagen werden gebouwd, ben ik er met de smoes van koper nog binnengeraakt om foto’s te maken. Maar de geest van Fons was al lang vervlogen.
Op zijn doodsprentje, in een donker omrand ei, staat zijn portret: ronde wangen, brede hals en een bijna dubbele kin. Onder een dikke borstelsnor stulpt hij zijn lippen streng naar voren. Op zijn hoofd neigt de rechterkuif hoger dan die aan de andere kant van een splitsing die ongetwijfeld met brillantine werd gemetseld. Onderaan de tekst: “Zalige Gedachtenis van Alphonse Volckeryck Soldaat bij het Belgisch leger”.
Zijn naam is weer correct. De oorspronkelijke samenstelling van ‘volk’ en ‘rijk’ is altijd overeind gebleven. Niet in de betekenis van ‘rijk volk’, zoveel is duidelijk. Als opgeofferde ‘rijkdom van het volk’, zoals al die andere gesneuvelden en slachtoffers van de Spaanse Dame, dan maar? Ach, in deze onzekere tijden toch ook maar liever niet.